Mannengriep
‘Had je de mannengriep?’, riep een jolige leverancier toen ik hem vertelde dat ik ziek geweest was. ‘Mijn vrouw zegt dat die drie keer zo erg is als de vrouwengriep.’ Mijn vrouw lachte de lach van herkenning, toen ze de grap hoorde. ‘Haha, ja, inderdaad. Zo zielig als jij kunt doen...’
Het heeft ook wel wat, je wentelen in zieligheid, als je een keertje echt ziek bent. Vrouwlief wil me verzorgen, maar ik mag niet zielig klinken. Met een iele stem vanuit een slijmvolle keel is dat best lastig, maar ik doe mijn best. Toch voel ik de sluimerende
ergernis bij ieder kopje thee en beschuitje dat wordt neergezet. ‘MAAK HET NIET ERGER DAN HET IS’, roept haar gezicht.
Voor mijn theorie hierover moeten we terug naar de oertijd. Mannen zorgden voor bescherming en vlees, vrouwen voor de rest. Vrouwen verzorgden de kinde­ren en de ouden-van-dagen, als vanzelf, dankzij het zorghormoon. Ook vrouwen werden natuurlijk ziek. Dan doken ze wel onder de berenvellen, maar rustig werd het nooit. De man zorgde wel voor haar, maar als je denkt dat hij even netjes de botjes naar de stort bracht, de kinderen in de rivier baadde, de voorraad kruiden op peil bracht... Om nog maar te ­zwijgen van de was! Niks gedaan,
snel aan de slag maar weer.
Maar manlief die ziek werd...vleesvoorziening, bescherming, voortplanting, het nut van de man, weg! Weer een erbij om te verzorgen. En dan haalt hij het ook nog in zijn gore zieke hersens om zich te wentelen in zieligheid? 
Ze kunnen het niet helpen, vrouwen. Het is onvermogen om je over te geven aan je ziekte, gekoppeld aan jaloezie, naar ­mannen toe die dat wel kunnen. En ik moet voorlopig maar even niet meer ziek worden.
Allert van der Hoeven

 

Westermare uitgeverij     Zuiderweg 38, 9745 AD Hoogkerk    E info@westermare.nl | www.westermare.nl